Tips en advies
Informatie
Nieuwsbrief
| Metamorfe gesteenten |
|
|
|
Deze vorm van gesteenten is ontstaan door omvorming van andere gesteenten in de aardkorst . Dit vindt plaats als er hoge temperaturen en hoge druk is in de aardkorst.
Voorbeelden van metamorfoses zijn o.a.:
1. Graniet -> Gneis
Gneizen ontstaan door een omvorming van andere gesteenten zoals granieten of granietachtigen. Doordat gneizen bijna dezelfde eigenschappen bezitten als granieten, worden deze gesteenten in dezelfde groep ingedeeld. Gneizen onderscheiden zich qua uiterlijk van granieten doordat er meestal banden van kleur te zien zijn. Maar niet alleen de kleur is afwijkend, ook de eigenschappen van het gesteente zijn hierdoor anders.
Marmer ontstaat door omvorming van kalksteen, waarbij sommige kristallen groter zijn, vaak ten koste van andere kristallen. Hierdoor ontstaat een grofkristallijne structuur (dit lijkt op een suikerkorrel). Vreemde bijmengsels veranderen het van oorsprong sneeuwwitte gesteente tot gestreept, gevlamd en dooraderd bont marmer.
De grootste verschillen tussen marmer en kalksteen bestaan uit:
3. Kwartsieten
Kwartsieten ontstaan door een omvorming (metamorfose) van zandsteen. Tijdens deze omvorming zijn de zandkorrels (kwartskristallen) zo dicht op elkaar gedrukt en versmolten dat een zeer harde compacte steen ontstaat.
4. Leisteen
Leisteen is ontstaan uit klei waarbij de kleimineralen grotendeels zijn vervangen door glimmer. Naast het hoofdbestanddeel glimmer bestaat leisteen uit ondermeer kwarts en organische bestanddelen die de kleur bepalen. Leisteen bestaat uit vele laagjes en is daardoor vorstgevoelig.
|


