Vooral in een ouder gazon komen vaak hardnekkige onkruiden voor. Deze onkruiden komen voort uit zaden die met de wind meegenomen worden. Als de omstandigheden gunstig zijn kiemen ze. U komt ze ook vaak in de borders tegen. Met name paardenbloemen, klaver en madeliefje komen vaak voor. De beste methode om onkruid te voorkomen is, zodra u ze tevoorschijn ziet komen, deze onkruiden te verwijderen door ze uit te steken. Dit moet zeer voorzichtig gebeuren om de grasmat zoveel mogelijk onbeschadigd te laten. Als u het gazon goed heeft bemest, zal de opengevallen plaats snel weer dichtgroeien. Bijzaaien is pas nodig als de kale plek groter is dan ongeveer 7 bij 7 cm. Als u dit één keer per maand doet houdt u een onkruidvrij gazon. Alleen als de onkruidbezetting erg groot is adviseren wij u een onkruidbestrijdingsmiddel toe te passen. Uw tuincentrum of hovenier weet daar meer van. |
 |
Mos.
Een apart probleem is het verwijderen van mos in een gazon. Vrijwel iedereen weet de oplossing: U moet kalk strooien of Thomas slakkenmeel. Allemaal onzin! Door een goede bemesting stimuleert u de groei van het gras en daardoor heeft het voldoende weerstand en kracht om te concurreren met het mos. Maai niet te kort, vooral niet als uw gazon in de schaduw ligt. |
 |
Insectenbestrijding.
In een goed gazon komt heel veel bodemleven voor. Allerlei organismen zorgen ervoor dat de grond open blijft en het organisch materiaal zal verteren. U moet proberen dit zoveel mogelijk te stimuleren, want daardoor houdt u de bodem gezond en heeft het gras de kans zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Hoewel er soms overmatige aantallen insecten aanwezig kunnen zijn is het zelden nodig deze te bestrijden. De insecten die de meeste schade aan uw gazon kunnen aanrichten zijn de larven van de langpootmug (emelten) en de larven van de rouwvlieg. Raadpleeg uw hovenier of tuincentrum als de schade te groot dreigt te worden.
Ziektebestrijding.
In een gazon kunnen diverse ziekten optreden. Vaak zijn deze van tijdelijke aard en geven geen of nauwelijks schade. De grasmat herstelt zich meestal vanzelf. Toch willen we hier twee ziekten noemen die vaak optreden na het leggen van graszoden. |
 |
Rooddraad.
Allereerst komt in de nazomer en gedurende het begin van de herfst de schimmel Laetisaria fuciformis voor, bij ons bekend onder de naam Rooddraad. Deze schimmel lijkt bovenop het gras te liggen en laat de punten van het gras verdorren en aan elkaar plakken. Als u goed kijkt treft u rode draden van schimmelpluis aan. Deze schimmel treedt vaak op bij een tekort aan voeding in de grasmat. Voldoende bemesten helpt meestal afdoende.
Sneeuwschimmel.
In de herfst treedt soms de schimmel Microdochium nivale op, bij ons bekend onder de naam Sneeuwschimmel. Deze schimmel veroorzaakt bruine plekken, waarin sneeuwwit pluis is te ontdekken. Meestal komt deze schimmel alleen in het eerste jaar na het aanleggen van de grasmat voor. Na het eerste jaar krijgt u er vrijwel nooit meer mee te maken. Nog onduidelijk is de reden van het optreden van deze schimmelsoort. Als de schimmel op grote schaal voorkomt is een chemische behandeling van de grasmat aan te bevelen. Gelukkig is de aantasting meestal slechts in geringe mate aanwezig en groeit de ontstane schade er in het voorjaar zo weer uit. |

 |
Terug
|